Hoeveel ankerketting bij welke waterdiepte?
Vuistregel, calculator en tabel: hoeveel ketting u steekt bij welke diepte, wind en getijverschil – en waarom de boegrol meetelt.
Het korte antwoord
Met alleen ketting steekt u voor een nacht voor anker vijf keer de hoogte tussen boegrol en bodem, gemeten bij hoogwater. Bij rustig weer, goede houdgrond en een korte stop is drie keer genoeg; staat er harde wind in de verwachting, of ankert u met ketting en lijn, maak er dan zeven keer van.
De formule:
Kettinglengte = (waterdiepte + nog te stijgen getij + hoogte boegrol) × factor
Een voorbeeld: 8 m water, 1,5 m die het water nog stijgt tot hoogwater, de boegrol 1,2 m boven het water, een nacht met matige wind. Dat geeft (8 + 1,5 + 1,2) × 5 = 53,5 m. Steek 55 m – naar boven afgerond op de volgende markering, nooit naar beneden.
De calculator
Vul de diepte, het nog te stijgen getij en de hoogte van uw boegrol in en kies de omstandigheden. De calculator toont hoeveel ketting u steekt en de grootste zwaaistraal die uw boot daarmee nodig heeft.
Kettingcalculator
Te steken ketting: m
De ketting voor gangbare diepten
Ketting in meters met de boegrol 1 m boven het water en zonder getij:
| Waterdiepte | 3 : 1 | 5 : 1 | 7 : 1 |
|---|---|---|---|
| 3 m | 12 m | 20 m | 28 m |
| 5 m | 18 m | 30 m | 42 m |
| 8 m | 27 m | 45 m | 63 m |
| 10 m | 33 m | 55 m | 77 m |
| 12 m | 39 m | 65 m | 91 m |
| 15 m | 48 m | 80 m | 112 m |
| 20 m | 63 m | 105 m | 147 m |
De onderste rijen laten zien waarom vaak niet de vuistregel, maar de ketting aan boord de grens bepaalt. Veel toerjachten tussen 10 en 14 m hebben 50 tot 80 m in de kettingbak. Hoeveel het er bij uw boot zijn, hoort bij de eerste vragen bij de overname van een charterboot – en het antwoord bepaalt welke ankerplaatsen überhaupt in aanmerking komen.
Wat betekent de verhouding of scope?
De verhouding, in het Engels scope, is de verhouding tussen de gestoken ketting en de verticale hoogte van boegrol tot bodem. 5 : 1 betekent vijf meter ketting voor elke meter hoogte.
De verhouding bepaalt onder welke hoek de trekkracht bij het anker aankomt. Een anker houdt het best als het horizontaal wordt getrokken: dan graaft het zich dieper in. Wordt het schuin omhoog getrokken, dan wrikt dezelfde kracht het juist uit de bodem.
Zelfs in het slechtste geval, als de wind de ketting tot een rechte lijn strekt, maakt de verhouding het verschil:
| Verhouding | Trekhoek bij gestrekte ketting |
|---|---|
| 3 : 1 | ongeveer 19° |
| 5 : 1 | ongeveer 12° |
| 7 : 1 | ongeveer 8° |
| 10 : 1 | ongeveer 6° |
Zolang de ketting doorhangt, ligt het laatste stuk plat op de bodem en komt de trekkracht horizontaal bij het anker aan. Die boog – de kettinglijn – is de reden waarom alleen ketting met minder lengte toe kan dan een lijn. Hij werkt ook als schokdemper: een vlaag moet de zware ketting eerst optillen voordat hij aan het anker kan rukken.
Waarom de boegrol meetelt
De meest gemaakte rekenfout: alleen de waterdiepte vermenigvuldigen. Maar de ketting begint niet aan het wateroppervlak, ze begint bij de boegrol.
Bij 4 m diepte en een boegrol 1,5 m boven het water geeft „vijf keer de diepte” 20 m ketting. De werkelijke hoogte is echter 5,5 m, en de werkelijke verhouding daarmee maar 3,6 : 1. Voor echte 5 : 1 ontbreekt 7,5 m. Hoe ondieper de ankerplaats en hoe hoger de boeg, hoe groter de fout – juist in de ondiepe, beschutte baaien waar u zich het veiligst voelt.
Getij: rekenen met hoogwater
Waar getij staat, telt de diepte bij hoogwater, niet die bij het ankeren. Wie bij laagwater op 4 m ankert, 25 m steekt (5 : 1 bij een boegrol van 1 m) en nog 3 m getij voor zich heeft, ligt zes uur later op 7 m water. Van 5 : 1 is dan nauwelijks meer dan 3 : 1 over, zonder dat iemand aan boord iets heeft gedaan.
In de Middellandse Zee is het getijverschil meestal zo klein dat u het kunt weglaten. Op de Noordzee, in het Kanaal en langs de Franse Atlantische kust bedraagt het meerdere meters. De waarde voor uw verblijf staat in de getijtafels of de havengids: reken met hoeveel het water nog stijgt tot het volgende hoogwater.
Welke factor bij welke omstandigheden?
| Situatie | Factor bij alleen ketting |
|---|---|
| Zwemstop bij rustig weer, goede houdgrond, bemanning aan boord | 3 : 1 |
| Overnachten bij gematigde omstandigheden | 5 : 1 |
| Harde wind of vlagen voorspeld, slechte houdgrond | 7 : 1 en meer |
| Ketting met lijn | minstens 7 : 1 |
Dit zijn vuistregels uit de praktijk, geen norm. Type en gewicht van het anker, de bodem – zand houdt anders dan zeegras of slib – en de windkracht verschuiven ze in beide richtingen. Kies de factor op basis van de verwachting voor de nacht, niet op het weer tijdens het ankeren. En bij twijfel: meer ketting kan zelden kwaad, zolang er ruimte is.
Alleen ketting of ketting met lijn?
Ketting is zwaar: een ketting van 10 mm weegt ongeveer 2,2 kg per meter, 50 meter dus zo'n 110 kg. Door dat gewicht hangt ze door en blijft de trekkracht op het anker vlak. Een lijn heeft dat gewicht niet. Onder belasting loopt ze vrijwel recht van boeg naar anker – daarom heeft een combinatie van kettingvoorloop en lijn duidelijk meer lengte nodig, en moet de voorloop lang genoeg zijn dat er bij het anker ketting ligt en geen lijn.
Bij alleen ketting hoort een kettinghaak (snubber): een haak die in de ketting wordt gehangen, aan een elastische lijn die op een kikker wordt belegd. Hij neemt de belasting van de ankerlier weg, waarvan het kettingwiel niet gebouwd is om de boot in vlagen vast te houden, en dempt de schokken die een strakke ketting ongefilterd aan het anker doorgeeft.
Als de ruimte niet volstaat: de zwaaicirkel
Meer ketting betekent een grotere cirkel. Draait de wind, dan zwaait de boot om het anker, en de straal kan zo groot worden als de horizontaal gestrekte ketting plus de bootlengte. Met 50 m ketting op 10 m diepte en een boot van 12 m is dat ongeveer 61 m – een cirkel van meer dan 120 m doorsnee.
In een volle baai helpt het daarom niet om simpelweg minder ketting te steken. Beter:
- Een andere plek kiezen, aan de rand van de baai of iets dieper, waar de cirkel vrij blijft.
- Op de buren letten. Een motorboot aan een lijn zwaait anders en verder dan een zeiljacht aan ketting. Wie er het eerst was, heeft voorrang.
- Alleen bij rustig weer en met bemanning aan boord naar 3 : 1 gaan – nooit lager, en met ankerwacht.
- Een kettinggewicht (kellet) gebruiken: een gewicht dat langs de ketting een stuk richting het anker wordt gevierd. Het drukt de ketting naar de bodem, maakt de trekhoek vlakker en verkleint de cirkel.
Hoeveel ligt er eigenlijk uit?
Het rekenen is het makkelijke deel. Moeilijker is het om tijdens het ankeren te weten of er echt 55 m uit ligt – en niet 40. De gebruikelijke manieren:
- Verfmarkeringen of kettingmarkers om de 5 of 10 m. Goedkoop, maar verf slijt, markers raken zoek, en 's nachts of in tegenlicht ziet u beide slecht. Welke methode hoe lang meegaat, vergelijkt Ankerketting markeren: zes methoden vergeleken.
- Tellen hoeveel seconden de ankerlier loopt. Onnauwkeurig, omdat een ankerlier afhankelijk van belasting en accuspanning verschillend snel loopt.
- Een kettingteller van de fabrikant van de ankerlier. Nauwkeurig, maar vast ingebouwd: een sensor bij het kettingwiel, een kabel door de boot, een display bij het roer. Wat inbouwen inhoudt en hoe het zonder kan, staat in Kettingteller zonder inbouw.
Precies voor deze vraag ontwikkelen wij AnkerSepp: een apparaat dat op de bestaande ankerlier wordt geklikt en de uitgevierde ketting in meters toont – zonder inbouw en zonder kabels. Het is nog een prototype; de beelden op de startpagina laten zien hoe het op een echte ankerlier meetelt.
De meest gemaakte fouten
- Alleen de waterdiepte vermenigvuldigen en de hoogte van de boegrol vergeten.
- Rekenen met de diepte bij het ankeren in plaats van met de diepte bij hoogwater.
- De ketting op een hoop laten vallen. Het anker heeft tijd nodig om zich te richten, en de ketting moet gestrekt op de bodem liggen: vier haar gelijkmatig terwijl de boot langzaam achteruit gaat.
- Het anker niet laten ingraven. Bouw na het steken met weinig gas achteruit trekkracht op en controleer aan twee landmerken of de boot echt stil ligt.
- De factor kiezen op het weer tijdens het ankeren. Wat telt, is de verwachting voor de uren waarin u slaapt.
Meer fouten – van de verkeerde bodem tot een ontbrekende ankerwacht – staan in De tien meest gemaakte fouten bij het ankeren.
Vuistregels vervangen niet het oordeel ter plaatse. Ze zijn het vertrekpunt van waaruit bodem, wind en ruimte bepalen hoeveel het die avond moet zijn.