Ankerketting markeren: zes methoden vergeleken

Verf, kettingmarkers, tie-wraps, bindsels, tape of een kettingteller: wat blijft er op de ankerketting zitten, wat vindt u 's nachts nog terug – en welk schema werkt.

Het voordek van een jacht van bovenaf: de ankerketting loopt van de ankerlier door de kettingstopper naar het anker in het boegbeslag, naast belegde meerlijnen.
Foto: Roman Odintsov / Pexels

Het korte antwoord

Markeer de ketting om de 10 meter, gemeten vanaf het anker, en gebruik twee methoden tegelijk: één die u overdag vanaf de boeg ziet – verf of gekleurde kettingmarkers – en één die u 's nachts met de hand kunt voelen, bijvoorbeeld bindsels van garen.

Als schema werkt een telcode het best: één markering bij 10 m, twee bij 20 m, drie bij 30 m, vier bij 40 m en een lange bij 50 m. Hij heeft geen legenda nodig, werkt met één kleur en ook in het donker.

Geen markering gaat eeuwig mee. Controleer haar elk seizoen en reken erop dat u een deel moet vernieuwen.

Waarom markeren?

De vuistregel voor de kettinglengte – vijf keer de hoogte van boegrol tot bodem, meer daarover in Hoeveel ankerketting bij welke waterdiepte? – heeft alleen zin als u weet hoeveel er uit ligt. Zonder markeringen blijft alleen schatten over: op gevoel, op de seconden dat de ankerlier loopt, op de hoop die nog in de kettingbak ligt. Hoe ver u ernaast zit, merkt u meestal pas als het anker krabt.

Het schema: kleurcode of telcode

Twee ankerkettingen naast elkaar, elk vanaf het anker tot 60 m. Boven de kleurcode: rood bij 10 m, geel bij 20 m, groen bij 30 m, blauw bij 40 m, wit bij 50 m, twee keer rood bij 60 m. Onder de telcode in één kleur: één markering bij 10 m, twee bij 20 m, drie bij 30 m, vier bij 40 m, een lange markering bij 50 m en bij 60 m een lange plus een enkele.
Kleurcode en telcode: beide markeren om de 10 m, gemeten vanaf het anker.

Bij een kleurcode krijgt elke tien meter een eigen kleur, bijvoorbeeld rood bij 10 m, geel bij 20 m, groen bij 30 m, blauw bij 40 m en wit bij 50 m. Vanaf 60 m beginnen de kleuren opnieuw, dubbel. Wie het schema kent, leest de lengte in één oogopslag af. Wie het niet kent – de bemanning, gasten, uzelf na een winter op de wal – heeft een legenda nodig, het liefst gelamineerd bij de ankerbak. Bovendien lijken rood en bruin, blauw en groen in de schemering sterk op elkaar, en ongeveer één op de twaalf mannen is rood-groen kleurenblind.

Bij een telcode telt het aantal markeringen: één bij 10 m, twee bij 20 m, drie bij 30 m, vier bij 40 m. Bij 50 m zit een lange markering over meerdere schakels – het principe van de Romeinse vijf –, bij 60 m een lange en een enkele, bij 70 m een lange en twee. De telcode heeft geen legenda en maar één kleur nodig, en is op de tast te lezen. Daarom raden we hem aan, eventueel ook in kleur.

Twee details maken elk schema beter:

  • Meet vanaf het anker, te beginnen bij de sluiting aan de ankerschacht. De markering van 10 m zit 10 m achter het anker. Loopt ze over de boegrol, dan ligt er 10 m ketting tussen boegrol en anker – precies de lengte waarmee de vuistregel rekent.
  • Meet met een rolmaat als de ketting toch al helemaal uit ligt: uitgelegd op de steiger, in de winterstalling of als ze nieuw is. Schakels tellen werkt alleen als u de steek van uw ketting kent; die staat in het gegevensblad van de fabrikant.

Wie vaak in ondiepe baaien ankert, kan bij 5 en 15 m een kleine markering in een tweede kleur toevoegen. Meer niet: niemand leest tijdens het ankeren een schema dat hij eerst moet ontcijferen.

De zes methoden

1. Verf

Lak of spuitverf over meerdere schakels achter elkaar, drie tot vijf schakels per markering. Maak de ketting eerst schoon, ontvet haar en laat haar drogen; op verzinkt staal hecht een primer voor zink veel beter dan verf alleen. Meerdere dunne lagen gaan langer mee dan één dikke.

Verf is goedkoop en overdag goed te zien, ook terwijl de ketting loopt. Het nadeel: kettingwiel, boegrol en bodem slijten haar weg, vaak al in de loop van één seizoen. Afgebladderde verf belandt in de kettingbak, en 's nachts ziet u haar nauwelijks en voelt u haar helemaal niet.

2. Kettingmarkers van kunststof

Gekleurde inzetstukken van kunststof of rubber die in de opening van een schakel worden gedrukt. Ze zijn er passend bij de kettingdikte, bijvoorbeeld voor 6, 8, 10 of 12 mm, meestal in sets met meerdere kleuren.

Ze zijn snel aangebracht, houden hun kleur en zijn een beetje te voelen. Maar de maat moet kloppen: een te grote marker klemt in het kettingwiel, een te kleine valt eruit. En ook een passende kan na verloop van tijd losraken. Controleer na het aanbrengen of elke marker soepel door het kettingwiel loopt – langzaam, met de handen weg van kettingwiel en ketting.

3. Tie-wraps

Gekleurde tie-wraps (kabelbinders) worden door een schakel gehaald, strakgetrokken en vlak afgeknipt. In de telcode is één tie-wrap één markering.

Tie-wraps zijn overal te koop, kosten bijna niets en zijn goed te voelen. Daar staat tegenover dat uv-licht ze bros maakt; zwarte, uv-bestendige tie-wraps gaan langer mee dan gekleurde. De afgeknipte uiteinden zijn scherp genoeg om de huid open te halen – knip ze vlak af en draai de kop naar binnen. Een uitstekend uiteinde kan in het kettingwiel blijven haken.

4. Bindsels van garen of dunne lijn

Takelgaren of een dunne lijn van 2 tot 3 mm, meerdere keren door een schakel gewikkeld en stevig geknoopt; kunstvezel gaat langer mee dan natuurvezel. In de telcode is één bindsel één markering; voor de lange markering bindt u meerdere schakels achter elkaar.

Bindsels zijn zacht voor de handen, 's nachts zeker op de tast te vinden en raken zelden los. Het nadeel is de tijd die het aanbrengen kost, en na verloop van tijd nemen ze slib op en verbleken ze, zodat de kleur overdag weinig meer helpt. Als tweede, voelbare markering naast verf of kettingmarkers zijn ze ideaal.

5. Tape

Gekleurde isolatietape of andere tape, om meerdere schakels gewikkeld. Snel aangebracht en de eerste dag goed te zien.

Op natte, ruwe, verzinkte ketting houdt tape echter slecht: ze schuift samen, glijdt af en laat lijmresten achter. Als noodoplossing voor een week – op een charterjacht zonder markeringen bijvoorbeeld – is ze bruikbaar, op den duur niet.

6. Ingebouwde kettingteller

Een sensor bij de ankerlier telt de omwentelingen van het kettingwiel, meestal via een magneet, en een display bij het roer of in de afstandsbediening rekent die om naar meters. Fabrikanten van ankerlieren en leveranciers van accessoires bieden zulke tellers aan.

Een kettingteller is nauwkeurig, ook 's nachts, en toont de lengte waar gestuurd wordt – niemand hoeft op de boeg de ketting in de gaten te houden. Daar staat tegenover dat hij ingebouwd moet worden: sensor monteren, vaak boren, een kabel door de boot trekken, display inbouwen en op de ketting kalibreren. Met inbouw komt u meestal op enkele honderden euro's, en hij moet bij de bestaande ankerlier passen. Bovendien telt hij omwentelingen, geen ketting: klopt de kalibratie niet of slipt de ketting over een versleten kettingwiel, dan geeft hij een verkeerde waarde. Op charterjachten is hij zelden ingebouwd. Hoe het zonder inbouw kan, laat Kettingteller zonder inbouw zien.

De vergelijking in één oogopslag

Methode Kosten Levensduur Overdag 's Nachts Moeite
Verf laag één seizoen, vaak korter goed te zien niet te zien gemiddeld
Kettingmarkers laag meerdere seizoenen, als ze passen goed te zien een beetje te voelen laag
Tie-wraps zeer laag ongeveer één seizoen redelijk goed te voelen laag
Bindsels laag meerdere seizoenen verbleken goed te voelen hoog
Tape zeer laag weken eerst goed nauwelijks te voelen laag
Kettingteller enkele honderden euro's jaren op het display op het display inbouw

De levensduur is een ervaringswaarde. Ze hangt sterk af van hoe vaak u ankert, op welke bodem en door welk kettingwiel de ketting loopt.

Wat wij aanraden

  • Op de eigen boot: kettingmarkers of verf voor het oog overdag, daarnaast bindsels in dezelfde telcode voor de hand 's nachts. Twee methoden vallen zelden tegelijk uit.
  • Op een charterjacht: vraag bij de overname of de ketting gemarkeerd is, volgens welk schema en hoe lang ze in totaal is. Is ze niet gemarkeerd, breng dan in overleg met de verhuurder tie-wraps in de telcode aan en haal ze bij het terugbrengen weer weg.
  • Met een kettingteller: markeer de ketting toch. Valt de teller uit of verliest hij na een spanningsdip zijn nulpunt, dan blijven de markeringen.

Het einde van de ketting

Markeer de laatste 5 m opvallend, bijvoorbeeld helemaal rood. Wie die markering over de boegrol ziet lopen, weet: meer is er niet.

Het einde zelf hoort niet met een sluiting aan de bodem van de kettingbak vast te zitten, maar met een lijn die tot aan dek reikt. Moet het anker in een noodsituatie worden opgegeven, dan kan die lijn worden doorgesneden; bind er als het enigszins kan eerst een boei aan, zodat u de ketting later terugvindt.

Markeringen gaan niet eeuwig mee

  • Controleer de markeringen elk seizoen, het liefst als de ketting toch al helemaal uit ligt, in de winterstalling of als de boot uit het water wordt gehaald.
  • Keert u de ketting om, verleg dan de markeringen. Veel eigenaren verwisselen na een paar jaar de uiteinden, omdat het stuk bij het anker het meest slijt. Omdat vanaf het anker wordt gemeten, klopt daarna geen enkele markering meer. Plan het opnieuw markeren daarom op dezelfde dag.
  • Na opnieuw verzinken is alle verf weg en zijn alle markers eruit. Het schema begint dan weer bij nul.

En daartussen?

Ook de beste markering vertelt alleen wat er over de boegrol loopt op het moment dat er een markering voorbijkomt. Tussen twee markeringen wordt weer geschat, en op de boeg moet iemand staan kijken – 's nachts met een hoofdlamp, bij deining met één hand voor de boot.

Voor precies dat gat ontwikkelen wij AnkerSepp: een apparaat dat op de bestaande ankerlier wordt geklikt en de uitgevierde ketting doorlopend in meters toont, zonder inbouw en zonder kabels. Het is nog een prototype. En ook met AnkerSepp raden we aan de ketting te markeren – een tweede methode die niet kan uitvallen, is aan boord nooit overbodig.